De mini-CP, wat doe je ermee?

Is die Pim van den Brink nou helemaal mesjogge geworden? Een golf van ongeloof, verbijstering, enthousiasme en waardering gaat door de rijen der Kolibristen. De werf die degelijke en betrouwbare gematigde jachten bouwde komt met iets heel extreems; de mini-CP. Een mini-transattertje van multiplex en allerlei high tech zooi zoals carbon en kevlar, 6,5 meter, plat en breed, met een meer dan genereus zeiloppervak en een kiel die 2 meter steekt, dubbele roeren, de hele rimram. Een knoopje of twintig is geen probleem, maar je hebt je handen er vol aan, dat durf ik wel te zeggen. Als de 660 een kat is, dan is de CP een jachtluipaard. Een Frans ontwerp, ja, die Fransen hebben wat met zulk spul. En nu dus een nieuwe Nederlandse boot, een nieuwe Kolibri nog wel.

Het is geen boot waar je geen mening over kan hebben en zeker geen boot voor Jan en Alleman, het is een extreem beest, een (on)geleid projectiel, een ragbak. Laat moeders en de kinderen maar thuis. Hiermee ga je niet drie weken over het IJsselmeer zwerven, hiermee ga je zo hard mogelijk van A naar B. Spinnakertje erop bij windkracht 6, gewoon omdat ie ervoor gemaakt is. En knallen met dat ding. Spektakel.

Ik snap Pim’s keuze wel. Als je lekker wil toeren is de nieuwe 560 een prima optie. Verder zijn er zoveel toerjachten in grotere maten te koop dat het zoveelste model niet zomaar een bestseller wordt. Dan ga je toch kijken of je kunt beantwoorden aan de vraag van een nieuwe generatie zeilers? En wat die nieuwe generatie dan voor eisen stelt?

Extreme sports. Tegenwoordig een begrip, mensen springen met een parachute van een torenflat, doen zevenvoudige salto’s met driedubbele schroef op een kinderfiets of zwemmen onder de Noordpool door. Voor dergelijke typjes is dit wel een aardig bootje.

Less is more, nog zo’n begrip. Trailerbaar, ophaalbare kiel, relatief licht van gewicht. Als je zin hebt ga je een weekje rammen op de Oostzee. Kan uitstekend met dit ding. Prima dus.

De prijs? Ik vind het best meevallen. Nou weet ik eerlijk gezegd niet wat een Pogo kost maar die zal al snel duurder zijn. Pluspunt.

De bouwwijze. Tsja, natuurlijk zouden we het liefst plakhout zien maar we weten allemaal best wel dat dat prijstechnisch eigenlijk niet meer haalbaar is. Dus Kolibrizeilers, koester uw plakhouten romp, “it’s a dying breed”. De bouwwijze van de CP is begrijpelijk en verantwoord, en brengt het ding binnen handbereik van een grote groep potentiele kopers.

De prestaties. Die vallen natuurlijk in de categorie “Are you nuts?” dus daar zullen weinig mensen over klagen.

Interieur? Nou vooruit, een paar hondenkooien dan. Het moet allemaal niet te zwaar worden natuurlijk. Als je er een fornuis in wilt plaatsen kan dat natuurlijk wel, maar dan ben je echt verkeerd bezig. Weet je wel wat dat weegt?

Niet zeuren over comfort, daarvoor heb je thuis een luie stoel, en als je nou de steel van je tandenborstel breekt, ben je lichter en ga je harder. Als proviand is beschuit de aangewezen kost en als je iets wilt drinken neem je maar melkpoeder. Een half pakje “droge Marie” aan boord om een feestelijke gebeurtenis te vieren is voldoende.

Al met al een aardig bootje dus. Of het een succes wordt is nauwlijks te zeggen. Voor de werf is het goed te doen. Geen investeringen in moeilijke mallen. Een CNC-gefreesd houtpakket en een paar dozen met kit, hars, matjes, grutjes en frutjes en plakken maar. Ik vind het een geweldige stap naar de toekomst en hoop er snel één voorbij te zien spuiten.