De Kolibri 700 is een ontwerp van de Kolibri werf zelf en werd voor het eerst gepresenteerd op de Hiswa van 1979.

 

Op de website van de Kolibriwerf vindt u verder alles over de Kolibri 700.

Het goedkoopste bouwpakket kostte toen een kleine twintig duizend gulden. Uiteraard zonder motor. Er kon gekozen worden door de klant voor een BB motor in een bun, een S-drive of zelfs een kleine dieselmotor. De 700 kon geleverd worden met verschillende kielen, voor diepgangen van 1 meter, 1.15 en 1.30.


In het boek ”Kajuitzeiljachten tot 7” meter beschrijft Jaap A.M. Kramer het bouwproces van Kolibri 700 ongeveer zo. ”Hout is het oudste materiaal in de jachtbouw. Het is mooi en relatief goedkoop, maar hout rot snel, krimpt en trekt, zet uit en het gewicht neemt toe. Kortom hout heeft ook nadelen.
Reeds in 1946 rekende Jachtbouwer A van den Brink af met deze verouderde principes en hij lijmde met kruislings over elkaar gelegde stroken edel-fineer een rondspant bootromp. De eerste in Europa. Het nooit kunnen trekken en werken, gepaard aan een grotere sterkte bij hetzelfde gewicht, garanderen een volkomen dicht schip waaraan bijna geen onderhoud nodig is.” (Zo zijn o.a de ”Pluis, Bristro kruiser,en  Flying Dutchman” rompen ontstaan. )

De Kolibri 700, in 1979 een verrassing op de HISWA heeft een soortgelijke inrichting als de 620, maar alles net wat ruimer en comfortabeler.


Hieronder een nadere kennismaking met de Kolibri 700, geschreven door André Bal.

Aanleiding
Halverwege de jaren 70 werd er op de werf al wel eens nagedacht overhet ontwikkelen van een groter schip maar men schoof dat steeds vooruit omdat de werf de vraag naar de 560 amper kon bijbenen.
In de tweede helft van de jaren 70 liep de vraag naar de 560 terug en werd gedachte aan een groter schip op de voorgrond geplaatst. De zonen Arnold en Leo vroegen hun vader Arnold die toen al 74 was een ontwerp voor dat grotere schip te maken.
Pa en de zonen bespraken de wensen en de eigenschappen voor dat grotere schip. Er werden twee schaalmodellen gemaakt die vlak bij de werf gingen proefzeilen. Gekozen werd voor het bolle model omdat daar meer binnenruimte in te maken was. Bij de presentatie op de Hiswa was er enthousiasme voor de grote binnen ruimte maar het ontwerp was niet direct een succes. Van 1979 tot eind 1980 werden er 35 Kolibri’s 700 gebouwd op de werf. De families van der Brink zeilden zelf met de 700 en zij waren niet helemaal tevreden over het ontwerp en besloten tot een aantal aanpassingen. De mast en de kiel werden wat meer naar achteren geplaatst, het toilet verhuisde van direct naast de kombuis naar een plek tussen de dinette en de voorkooien. Deze wijzigingen werden in 1980 ingevoerd en werd de naam iets gewijzigd in 700 ID.
Door de wijzigingen liep de verkoop beter. Tussen 1980 en 1984 werden er  49  700 ID gebouwd. Bij elkaar zijn er 75 Kolibri’s 700 geproduceerd op de werf.

Getest
In nummer 24 van de Waterkampioen, jaargang 198, verschijnt eindelijk een test van de 560, de 620 en de dan twee jaar in productie zijnde 700. Getest wordt een 700 ID.
Een paar punten uit de test: ”Alle mogelijkheden om de zeilen goed te trimmen zijn aanwezig”, Afwerking en stoffering zijn netjes. Bij vaareigenschappen staat vermeld: ”De Kolibri 700 is gezeild met een dubbel rif en een stormfok in een windkracht die varieerde van zeven tot negen Beaufort. Aan de wind is het mogelijk om 50 ° te sturen maar in vlagen was afvallen tot 60°noodzakelijk. In harde vlagen wilde boot wel uit het roerlopen. Aan de wind kreeg de romp stevige klappen te verduren. Over het algemeen zijn de zeileigenschappen op alle koersen goed”.
De conclusie vermeld: ”Evenals de andere Kolibri’s heeft de 700 goede vaareigenschappen. Afgezien van het naar binnenkomen van de huid in het voorschip is de constructie voldoende. De afwerking is netjes. Een minpunt is de opstelling van de gasfles en benzinetank. Het is met deze Kolibri mogelijk op ruim water te varen en met aangepaste uitrusting ook op kustwateren”.

In die tijd werd ook het commentaar van de leverancier nog netjes afgedrukt naast de test.  Naast dank aan het testteam voor de objectieve beoordeling gaan de firmanten van den Brink ook in op de gemaakte opmerkingen. Zo schrijven zij; ” De huid buigt in het voorschip zichtbaar onder de druk van de stevige golven. Dit is mogelijk doch niet verontrustend. De sterkte van alle in de vorm gelijmde multiplex rompen is gebaseerd op taaie souplesse. Door mee te geven worden de klappen opgevangen en gedempt en buigt doch breekt de huid niet.
In de praktijk van 35 jaar deze rompen op deze wijze produceren is dit wel duidelijk aangetoond. Tot slot melden de bouwers dan;  uit oogpunt van standaardisatie is de rompdikte op 12 mm gebracht.


Eigen ervaringen
Vanaf 2002 vaar ik met een 700 na 15 jaar met een 560 te hebben gevaren. Maar de bankjes binnen en buiten op de 560 zijn laag en na een paar dagen kreeg ik dan pijn in de rug. Reden op naar wat anders uit te kijken. De 700 is ruimer, de banken binnen en buiten hoger het zit lekkerder. Binnen heb je een dinette, die kunt gebruiken als navigatie tafel maar ook om gewoon aan te eten of om een spelletje aan te doen. Met wat tegen elkaar konten kun je er met z’n vieren aan zitten.
Wat ze in de ANWB test ook nog schrijven over het ontbreken van een brugdek begrijp ik niet. Mijn 700 met nummer 14 heeft een hoog en prima brugdek.  Volgens mij kon je bij de bestelling van de bouwpakket aangeven met of zonder brugdek.
Omdat ik nogal eens alleen vaar heb ik bediening vanuit de kuip en kan de fok die gewoon met leuvers aan de voorstag zit met een neerhaal lijntje ook strijken. Een stuurautomaat helpt meestal even met het op koers houden bij het zeilen hijsen en strijken. De meeste 700 hebben tegenwoordig een rolfok.

De 700 is een bol schip, eigenlijk niet zo fraai om te zien maar het vaart prima.  Na verloop van tijd moet je nodige vernieuwen omdat het oude gewoon versleten is. Zo verving ik de saildrive voor een BB motor in een bun die wel met plankjes rond het staartstuk is geworden tot een semi saildrive.
Na het plaatsten van een nieuwe mast ben ik een week bezig geweest met het opnieuw trimmen van die mast. Beetje naar voren, uitproberen weer wat naar achteren, meer achterover etc. Want een 700 moet nu eenmaal theoretisch door zijn lengte harder kunnen varen dan een 560. Als je er dan uitgezeild wordt door een 560 dan moet je er wat aan doen. Dat heb ik gedaan en als een 560 nu nadert dan ga ik weer attent sturen en een beetje trimmen nou dan komt die 560 me echt niet voorbij.  Zeg nooit, nooit want door je jaren heen heb ik ook veel verzameld aan boord. Twee kachels en voor aan de walstroom en éen voor op de ankerplek. Fijn voor in het voor en najaar als het s’ avonds wat frisser wordt. Veel reparatie spullen aan boord waaronder zelfs een kleine bankschroef, een grote doppen – sleutel doos etc. etc. Tja, dan wordt het in de loop van de jaren ook een beetje een vrachtschip. Maar comfort en zekerheid geven je wel een goed gevoel. Kortom een 700 is een fijn schip.

Tot slot
In de afgelopen jaren zijn er in de Kolibries diverse artikelen over de 700 verschenen.
Ted Polet (zie ook hier voor de zeer informatieve website van Ted Polet) schreef over zijn voor- en najaarstochten van en naar de winterstalling in Leiden naar zijn thuishaven aan het IJsselmeer en over een 'Rondje Zuid-Holland'.
Frans Breedeveld  schreef het nodige over zijn zwerftochten o.a naar Engeland en Denemarken.
  
Bronnen
Antoon van Brink 1904-1987 geschreven door Leo van den Brink en
A.A.M van den Brink, 1 e druk feb. 2009, 2 e gewijzigde druk april 2009 Uitgave: Falstaffmedia.

Kajuitzeiljachten tot 7 meter
Jaap. A.M. Kramer
1982 Uitgave Grote Alken nr. 758

Kies uw Zeilboot 1980
Uitgave: Elsevier i.s.m. KNWV
Isbn 90 10 02891 7