In het gras, naast mijn stoeltje, lag mijn bril en dat was ik even vergeten. Met twee blikjes bier in de hand, die ik net had gepakt uit de koelbox in de tent, liep ik terug. Gaf Corrie er een en liep weer terug naar mijn stoeltje, onderweg op mijn bril trappend. Je kent die soort reacties wel die je op zo’n moment uit: “Bult, wat ben je toch een enorme kl…!” De bril oprapend, bleek dat de glazen, de neusbrug en de linker veer in orde waren. De rechter veer lag volkomen verfomfaaid ernaast en met één veer kan je geen bril dragen. 

We stonden, een paar jaar geleden, met de tent in Lettelbert, zo’n tien kilometer ten westen van Groningen. De dichtstbijzijnde stad om boodschappen te doen was Leek. Biertjes terug in de koelbox en met de auto en kapotte bril naar Leek, op zoek naar een brillenwinkel. Binnen de kortste keren zagen we een Pearle. Naar binnen en de man het probleem laten zien. Een bedenkelijk gezicht, maar hulpvaardige houding. Een uurtje zou het duren. Het uitgestelde biertje in een cafeetje gedronken. Terug in de winkel een blij gezicht. Het was hem gelukt. Hij had nog een oud rechter pootje gevonden, heel anders, maar het werkte. De man omstandig bedankt voor z’n werk. Een dergelijke hulpvaardigheid vergeet je niet. Terug naar de tent. 

Ook al zou er nu alleen nog maar een klein schroefje in de bril vervangen moeten worden op een vakantie, ik ga nooit meer Pearle toe. Men heeft sinds enige tijd een reclamecampagne met Jantje Smit, hetgeen getuigt van een behoorlijk grote culturele armoede. 

Al vanaf het begin van z’n optreden was meteen duidelijk dat Jantje “in de markt” werd gezet met uitsluitend het commerciële doel. Kwaliteit in zowel tekst als muzàk is ver te zoeken. Dat is nu, jaren later, nog steeds het geval. Enige ontwikkeling is niet te ontdekken. 

Dan heb je nog die Nick en Simon, ook uit Volendam. Zelfde verhaal en geclaimd door de NS. 

Zo’n tien jaar geleden zeilden Koen en ik met regelmaat van Monnickendam naar Hoorn, wandelingetje, kopje koffie, broodje en weer terug. Op een warme dag in de nazomer gingen we weer. Ditmaal ging ook Fred van de Wetering mee. Op de terugweg naar Monnickendam besloten we even pilsje te gaan drinken in Volendam. Bij het afrekenen schrok ik me een ongeluk. De prijs van een biertje daar op de Dijk was dezelfde als de prijs die je nú, tien jaar later, betaalt in een Grand Café.

Ik betaalde en besloot er nooit meer terug te komen. Ben sindsdien ook nooit meer in Volendam geweest.

Marken. Haven. Ik zit op een bankje in een prettige najaarszonnetje en kijk op van mijn aantekenboekje. Er komt net een vleespont binnen uit Volendam. De “Jantje Smit”... Hoog tijd om de fiets te pakken en naar huis te rijden. 

Ab Bult